Jaarlijks krijgen ongeveer 17.000 mensen in Nederland een hartstilstand buiten het ziekenhuis; in zo'n 8.000 tot 10.000 gevallen wordt daadwerkelijk een reanimatie gestart. De kans om zoiets te overleven is de afgelopen decennia flink gestegen - en dat is vrijwel volledig te danken aan omstanders die kunnen reanimeren.
Van 9% naar ruim 23%
Halverwege de jaren negentig overleefde ongeveer 9% van de slachtoffers een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Inmiddels ligt dat percentage rond de 23%. Wat er in de tussentijd veranderde: er kwamen veel meer AED's in de openbare ruimte, oproepsystemen zoals HartslagNu brengen burgerhulpverleners binnen enkele minuten ter plaatse, en honderdduizenden Nederlanders leerden reanimeren.
Elke minuut telt - letterlijk
De cijfers achter die stijging zijn ontnuchterend duidelijk:
- Wordt binnen enkele minuten een AED aangesloten, dan is de overlevingskans het grootst - tot zo'n 70%.
- Elke minuut die de defibrillatie langer op zich laat wachten, daalt die kans met ongeveer 10%.
- Zonder enige hulp daalt de overlevingskans in de eerste zes minuten dramatisch: hersencellen raken na vier tot zes minuten onherstelbaar beschadigd.
- Na tien minuten zonder reanimatie kunnen ook ambulancemedewerkers het slachtoffer zelden nog redden.
De ambulance doet er gemiddeld langer over dan die kritieke eerste minuten duren. De conclusie is onontkoombaar: de overlevingskans wordt bepaald door wie er toevallig in de buurt is - en of die persoon kan reanimeren. Hoe die schakels in elkaar grijpen lees je in het artikel over de keten van overleving.
Wat betekent dit voor jou?
Een hartstilstand gebeurt meestal thuis, op het werk of op de sportclub - bij mensen die je kent. Wie het stappenplan beheerst, vergroot de overlevingskans van een huisgenoot, collega of teamgenoot met een veelvoud. Eén dagdeel oefenen is genoeg: vind een cursus in de buurt, of organiseer er een op het werk of met je vereniging of buurt.