Of iemand een hartstilstand overleeft, hangt af van een reeks handelingen die naadloos op elkaar moeten aansluiten. Hulpverleners noemen die reeks de keten van overleving. De keten bestaat uit vier schakels - en zoals bij elke ketting geldt: hij is zo sterk als de zwakste schakel.
De vier schakels
- Snel herkennen en alarmeren. Hoe eerder een omstander de hartstilstand herkent en 112 belt, hoe eerder professionele hulp én burgerhulpverleners onderweg zijn. Twijfel je? Bel toch - de meldkamercentralist beoordeelt het met je mee.
- Direct reanimeren. Omstanders die meteen starten met borstcompressies en beademing houden de bloedsomloop op gang en rekken de tijd waarin het hart nog te redden is. Zonder deze schakel komt hulp vrijwel altijd te laat: na tien minuten zonder reanimatie is de kans op redding zeer klein.
- Vroeg defibrilleren. Een stroomstoot van een AED kan het hart weer in een normaal ritme brengen. Hoe sneller de schok, hoe groter de kans dat het lukt - vandaar dat AED's tegenwoordig overal in de openbare ruimte hangen.
- Professionele zorg. Ambulancemedewerkers nemen de reanimatie over met medicatie en geavanceerde apparatuur, en in het ziekenhuis volgt de specialistische nazorg die het herstel bepaalt.
Jij bent de eerste drie schakels
Het bijzondere aan deze keten: de eerste drie schakels liggen bijna volledig bij omstanders. De ambulance heeft aanrijtijd; hersencellen beginnen na vier tot zes minuten af te sterven. Wie in die eerste minuten ter plaatse is - een collega, teamgenoot of buurman - bepaalt dus feitelijk de uitkomst. Daarom werkt Nederland met burgerhulpverleners: mensen met een reanimatiecertificaat die via HartslagNu worden opgeroepen zodra er in hun buurt een hartstilstand is.
Tijdens de reanimatie zelf wissel je 30 borstcompressies af met 2 beademingen, met compressies in een tempo van 110 à 120 per minuut - het volledige stappenplan staat in een apart artikel.
Maak de keten sterker
Elke extra persoon die kan reanimeren maakt de keten in zijn omgeving sterker. Volg een cursus bij een reanimatiepartner in de buurt, of haal een instructeur naar je bedrijf, vereniging of buurt. Grote kans dat je zorgverzekeraar meebetaalt.