Reanimeren gaat volgens een vast stappenplan, opgesteld door de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) op basis van de Europese richtlijnen. Door de vaste volgorde hoef je in een stresssituatie niet na te denken over wát je moet doen - alleen te doen wat je hebt geoefend.
Het stappenplan
- Controleer het bewustzijn. Schud voorzichtig aan de schouders en vraag luid: "Gaat het?" Geen reactie? Roep om hulp.
- Controleer de ademhaling. Leg het slachtoffer op de rug, doe het hoofd voorzichtig achterover (kinlift) en kijk, luister en voel maximaal 10 seconden. Geen (normale) ademhaling? Dan is het een reanimatie.
- Bel 112 - of laat een omstander bellen - en zet de telefoon op de speaker. De centralist denkt mee en coacht je. Laat iemand anders een AED halen; ga zelf nooit zoeken.
- Geef 30 borstcompressies. Plaats je handen midden op de borstkas en druk het borstbeen 5 à 6 centimeter in, in een tempo van 100 tot 120 compressies per minuut. Laat de borstkas tussen de compressies volledig omhoog komen.
- Beadem 2 keer. Kinlift, knijp de neus dicht en beadem twee keer, elke beademing ongeveer één seconde. Wissel daarna steeds 30 compressies af met 2 beademingen. Onderbreek de borstcompressies nooit langer dan 5 seconden.
- Sluit de AED aan zodra die er is en volg de gesproken instructies op. Ga direct door met reanimeren tot de AED zegt dat je moet stoppen voor de analyse - en daarna weer verder tot de ambulancemedewerkers het overnemen, of tot het slachtoffer weer bij kennis komt.
Waarom dit ritme?
De afwisseling 30:2 en het tempo van 100-120 compressies per minuut zijn geen willekeur. Ze houden de druk in de bloedvaten hoog genoeg om de hersenen van zuurstofrijk bloed te voorzien, terwijl korte beademingsmomenten de zuurstofvoorraad aanvullen. Elke onderbreking laat die druk direct weer inzakken - vandaar de regel om compressies maximaal 5 seconden te onderbreken. Hoe de vier schakels van melding tot ziekenhuiszorg op elkaar aansluiten, lees je in het artikel over de keten van overleving.
Lezen is geen kunnen
Dit stappenplan is bewust simpel, maar het lichaam leert het pas echt door te doen: de juiste druk voelen, het tempo vasthouden, een AED durven aansluiten. Dat oefen je op een reanimatiecursus onder begeleiding van een instructeur - bij een aanbieder in de buurt, met je vereniging of buurt of op je werk. Na afloop kun je je certificaat gebruiken om burgerhulpverlener te worden.